De eerste tentoonstelling van het Toneelmuseum in juni 1925. Op de foto de opening van de ere-tentoonstelling van Louis Bouwmeester sr. in de veilingzalen van de firma R.W.P. de Vries aan Singel 146 te Amsterdam.
Foto: Fotograaf onbekend, collectie TIN
De oorsprong van de collectie gaat terug tot 1924. Toen besloot de algemene vergadering van het Nederlandsch Tooneelverbond om zich in te gaan spannen voor de komst van een toneelmuseum. De Vereniging 'Het Tooneelmuseum' werd op 28 februari 1925 opgericht.
Gestart wordt met het samenvoegen van een aantal privécollecties.
De bloei van het Toneelmuseum komt na de oorlog, wanneer een eigen museum aan de Amsterdamse Herengracht wordt betrokken en de rijksoverheid het nationale belang van het theatermuseum erkent door subsidiegever te worden. Fusies met Theater Klank en Beeld en het Internationaal Theater Instituut (ITI) en later met de Instituten voor Dans, Mime en Poppenspel leiden vanaf 1992 tot Theater Instituut Nederland (TIN).
Het toneelmuseum heeft zich in die tijd ontwikkeld tot een breed theatermuseum. De collectie geeft een overzicht van de Nederlandse theatergeschiedenis van de afgelopen vierhonderd jaar: van de eerste Nederlandse schouwburg uit 1638 aan de Amsterdamse Keizersgracht tot de jongste theaters die overal in ons land zijn verrezen en van de eerste stukken van Vondel tot de skatedans van ISH. In rijkdom en diepgang zijn de collecties van het Theatermuseum uniek en te vergelijken met de collecties van het Victoria & Albert Museum in Londen.
Sarphatistraat
Het TIN verhuist in 2009 naar een nieuwe locatie aan de Sarphatistraat. Vanaf dat moment worden tentoonstellingen gemaakt in samenwerking met partners door heel Nederland zoals Amsterdam Museum, de Fundatie in Zwolle en de Dansdagen in Maastricht. Ook introduceert het TIN de digitale Theaterencyclopedie.nl, waarop niet alleen veel van de collectie is te zien maar ook door professionals en liefhebbers aan de theatergeschiedenis kan worden meegeschreven. Daarnaast ondersteunt het TIN als sectorinstituut het professionele theater met onder meer internationale promotie, onderzoek en debat en afstemming tussen vraag en aanbod.
De bijl slaat toe
In de zomer van 2012 besluit de staatssecretaris van Cultuur totaal onverwachts om de totale subsidie aan Theater Instituut Nederland per 2013 te stoppen. Een grote protestactie volgt, waarbij het TIN in enkele weken 18.000 handtekeningen ophaalt en steun krijgt van vele theatermakers. Dit leidt tot de uitnodiging om een plan in te dienen om als Theatermuseum verder te gaan. Dat plan komt er, met steun van de Gemeente Amsterdam en de Stopera als locatie. De Raad voor Cultuur geeft echter in juni 2012 een negatief advies voor financiering van het Theatermuseum. Er zit dan niets anders op dan te proberen de collectie elders onder te brengen. Vanaf 2013 wordt de unieke collectie dan ook beheerd door de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam
Theater Instituut Nederland wordt eind 2012 als instituut ontmanteld. Het TIN gaat door in zwaar afgeslankte vorm met o.a de Theaterencyclopedie, eenlevenlangtheater.nl, de uitgave van digitale theaterlessen en met de vacaturebank. De merknaam wordt omgedoopt in Theater Informatie Netwerk.



