Backstage was de semi-permanente tentoonstelling van het inmiddels gesloten Theatermuseum. Momenteel wordt er gewerkt aan een reizende variant voor jongeren die later dit jaar het land in gaat.
In Backstage, een tentoonstelling over theater maken ontdekt de bezoeker dat een voorstelling uit meerdere onderdelen is opgebouwd. De zes belangrijkste onderdelen worden in de tentoonstelling geïntroduceerd; tekst, regie, spel, kostuum, decor, licht en geluid.
Bij ieder onderdeel wordt uitgelegd hoe het werkt en wat de historische ontwikkeling is geweest. Op beeldschermen vertellen tientallen theatermakers, zoals Pierre Bokma, Sanne Wallis de Vries, Albert Verlinde, Fedja van Hûet en Chantal Janzen over hun vak en over hun passie voor theater. Ook kun je met elke discipline zelf aan de slag.
Nog tot en met eind 2008 in het Theatermuseum!
Professionals: theaterpersoonlijkheden die geïnterviewd zijn voor de tentoonstelling Backstage.
Met Backstage wil het Theatermuseum vooral jongeren laten zien wat er allemaal komt kijken bij het maken van een voorstelling.
Regie, tekst, spel, kostuums, decor, licht en geluid bepalen samen hoe de toeschouwer een voorstelling beleeft. De meeste toeschouwers zijn zich er echter niet van bewust hoeveel disciplines erbij om de hoek komen kijken. Het leek daarom een goed idee om aandacht aan dat samenspel te besteden.
Jongeren
De nadruk moest komen te liggen op jongeren. Op school komen jongeren vaak voor het eerst in aanraking met theater. Als Theatermuseum kunnen wij ervoor zorgen dat dat een leuke ervaring wordt. Met Backstage willen we laten zien dat niets op het toneel toevallig is; alles wat je ziet en hoort heeft een bepaalde reden. Als je je daarvan bewust bent, is het nog veel leuker om naar een voorstelling te gaan.
Eerste zaal
In een eerste zaal van de tentoonstelling worden theatermakers uit de verschillende disciplines voorgesteld. Op een videoscherm vertellen ze kort over hun passie voor theater. Er is gekozen voor een dwarsdoorsnede door het theaterlandschap. Bij de acteurs gaat het van man, ouder en teksttheater (Gijs Scholten van Aschat) naar jong, vrouw en musical (Chantal Janzen).
Tweede zaal
In een tweede zaal heeft elke discipline zijn eigen vitrine gekregen. In die vitrine wordt praktische informatie over de discipline gekoppeld aan de geschiedenis ervan. De voorkant van de vitrines is open. Op een scherm zie je kort wat op dit moment de stand van zaken is binnen dat vakgebied. Vervolgens word je de geschiedenis mee ingenomen, waarbij we veelvuldig gebruik maken van onze rijke collectie, zoals affiches, foto’s en maquettes.
Zelf aan de slag
Tussen de vitrines en de achterwand is ruimte gecreëerd waar bezoekers zelf dingen kunnen ervaren. Als je iets van theater wilt laten zien, moet je niet alleen iets tonen, maar moet je ook iets hebben waar de bezoeker aan kan proeven, of waar hij iets mee kan doen. Zo kan de bezoeker bij de discipline ‘tekst’ de emoties en de zinsvolgorde in een gesproken dialoog manipuleren. Hij ontdekt zo zelf op hoeveel verschillende manieren een tekst kan worden gespeeld. Op die manier kan de toeschouwer zelf ook een decor manipuleren en afmaken.
Workshop voor het voorgezet onderwijs
Aan de tentoonstelling is tevens een workshop voor middelbare scholieren gekoppeld. Nadat de scholieren op school al zijn voorbereid, bezoeken ze de tentoonstelling onder leiding van een medewerker. Vervolgens krijgen ze de kans om zelf als vormgever of acteur aan een scène uit Romeo en Julia te werken. Het zelf ervaren wat het is om theater te maken, in combinatie met de passie waarmee ze professionals over hun vak hebben horen praten, moet natuurlijk leiden tot een nieuwe stroom theaterbezoekers en wellicht -makers.
Dit artikel is gebaseerd op een door MoreTXT geschreven artikel in opdracht van de VandenEnde Foundation en verscheen eerder in het VandenEnde Halfjaarbericht en in BulleTIN van december 2006.




