Zoeken in de site
- › Informatie over 'Gif'
- › Lot Vekemans wint Toneelschrijfprijs 2010
- › Over Lot Vekemans
- › Voor publicatiedoeleinden
- › In the picture
'Gif' van NTGent/Lot Vekemans
Foto: Phile Deprez
Lot Vekemans
Foto: René den Engelsman
Lot Vekemans
Foto: René den Engelsman
Lot Vekemans
Foto: René den Engelsman
Pas toen Lot Vekemans 23 jaar was, kwam ze erachter dat er een opleiding was die haar twee grootste liefhebberijen, schrijven en theater, combineerde. Haar achtergrond in de sociale geografie kwam haar bij deze knik in haar pad goed van pas. Haar stukken over mensen die zich moeten verhouden tot het lot spreken breed aan; een ervan, ‘Gif’, bracht haar naar de Toneelschrijfprijs 2010.
In the picture: Lot Vekemans.
Waar gaat ‘Gif’ voor jou over?
“De tekst is al geënsceneerd en gespeeld en wat mij betreft is het uitgangspunt recht overeind gebleven; het gaat nog steeds over waar het voor mij over ging bij het schrijven. Het begon ooit met een opmerking van Elsie de Brauw, de actrice die ook speelde in ‘Zus Van’, mijn tekst over Antigones zuster Ismene. Ze zei: zullen we een stuk maken over een man en een vrouw die een kind verliezen?
Poe, dat is nogal wat. Ik ben geen moeder, dus hoe moet ik me daartoe verhouden? Een stuk dat ik schrijf moet ook over mij gaan, anders kan ik het niet. Ik kan me moeilijk inleven in het verlies van een kind, maar wel in een groot verlies, een overweldigend verdriet. Zoiets dat de grond onder je voeten vandaan slaat, zo’n moment dat je totaal uit evenwicht brengt en je het gevoel hebt dat de hele wereld kantelt.
Daar gaat het dus over, over hoe twee mensen die van elkaar houden zichzelf en elkaar verliezen in een periode van groot verdriet. En over de manieren waarop ze met dat verdriet omgaan, want er is niet één manier, iedereen moet zich na zo’n verlies opnieuw uitvinden. Daar is geen goed of fout in, dat is je eigen zoektocht, je eigen werkelijkheid ook, waarin je je eigen keuzes maakt. De man in ‘Gif’ heeft dat al eerder gedaan, kiezen, de vrouw doet dat pas op het moment waarop de voorstelling zich afspeelt.”
Stel: ik heb nog nooit een voorstelling van jouw hand gezien. Waaraan herken ik die?
“Elk stuk probeer ik mezelf een beetje opnieuw uit te vinden, ik werk liefst steeds met nieuwe vormen. Maar dat gaat vooral over de constructie, want mensen die meer werk van me kennen, zeggen wel dat ze mijn werk ook hérkennen. Het is heel moeilijk van je eigen werk te zeggen wat dat dan precies is, dat herkenbare, maar wat ik wel kan zeggen, is dat het voor mij heel belangrijk is hoe het klinkt wat ik schrijf. Als ik schrijf, hoor ik mijn werk. Dat zit in het ritme, in de muzikaliteit.
Ik schrijf vrij kaal. Als er een woord af kan, doe ik dat. Dus het lijkt op het eerste oog heel gewoon, heel simpel, heel toegankelijk, maar is dat lang niet altijd. Het is als een partituur waarvan de noten helder zijn, maar waarvan de volle diepgang zich pas toont als je er echt helemaal in duikt. Bij het repeteren van ‘Vreemde Vogels’ voor jeugdtheatergroep Kwatta hoorde ik dat voor het eerst van een acteur. Die zei: je zit bij de eerste lezing aan tafel en denkt: mooi, een makkie; het ritme, de lichtheid, de humor, alles is er meteen. Maar als je dat denkt, blijf je aan de oppervlakte van de woorden die nergens in verankerd zijn. Als je eraan gaat werken, val je vervolgens heel diep in de psychologie tussen, onder de woorden. Maar het is een valkuil om daar te blijven. Je moet dat moeras, die diepte wel echt in, om uiteindelijk terug te kunnen naar de oppervlakte van de woorden. Dat heb ik bij ‘Gif’ ook weer gehoord, dus dan zit er vast wat in.
Dat komt ook doordat ik speel met de paradox. Je zegt heel veel met woorden, maar je kunt ook heel veel verhullen met woorden. En hoe je dat doet, zegt ook weer heel veel. Vooral op de vloer werkt dat prachtig, dat is het wonder van theater. In mijn thematiek zit ook een overeenkomst. Mijn teksten gaan eigenlijk altijd over mensen die zich moeten verhouden tot het lot, tot iets wat groter is dan henzelf, tot iets wat ze zelf niet hebben uitgekozen. Vaak de dood, maar het kunnen ook andere dingen zijn. De geschiedenis neemt een wending en jij moet daarbinnen een nieuw pad bepalen. Daarvoor is niet één manier, dat laat ik ook meestal zien. Er is geen recept om het lot aan je wil aan te passen. Het lot is er juist om je een andere kant van het leven te laten zien.”
Van waaruit komt jouw noodzaak om theater te maken en hoe vertaalt zich dat in je voorstelling(en)?
“Noodzaak is alles wat je niet niet kunt doen. Je kunt er bijna geen verklaring voor geven, het is gewoon zo. Dat is voor mij schrijven, dat is altijd zo geweest. Zelfs toen ik eens besloot te stoppen, moest ik verder.
Ik weet inmiddels ook redelijk goed waarom ik schrijf, namelijk omdat ik dingen wil begrijpen; dingen die gebeuren in de wereld, met mensen, tussen mensen ook. Er is een wereld die je kent en snapt - en er is een wereld die je niet kent en snapt. Door te schrijven over dingen die ik niet snap, overbrug ik de kloof daartussen en maak ik mezelf steeds ruimer. Een voorbeeld: de vrouw in ‘Gif’, hoe zij was en hoe zij deed, hoe ze omging met haar verlies, daar had ik in het begin moeite mee, dat stoorde me. Maar toen ik over haar schreef, kwam ze in mijn belevingswereld en keek ik heel anders tegen haar aan. Dat is wat ik moet doen, daar komt mijn drang vandaan. En door voor het theater te schrijven, maak ik er een echt gesprek van, bied ik die brug die ik schrijf ook aan aan het publiek. Want dat vind ik, dat in het theater iedere avond weer een echt gesprek plaatsvindt tussen de mensen op de vloer en de mensen op de tribune.”
Wat wil jij met het publiek doen?
“Ik wil het met mensen ergens over hebben. Theater is een uitnodiging tot een gesprek. Niet een letterlijk gesprek, maar er gebeurt wel van alles tussen de mensen die staan te doen en de mensen die zitten te luisteren. Dat is wat ik wil opwekken, het gevoel dat je het ergens met elkaar over hebt gehad als je een voorstelling hebt gezien. En ik wil ook graag dat mensen zien dat er voor een vraagstuk niet slechts één oplossing mogelijk is. Mijn eigen stichting MAM staat daarvoor: Meerdere Antwoorden Mogelijk. Dat is wat ik wil laten zien, dat er meerdere manieren zijn om met iets om te gaan. Een breder perspectief: er zijn ook andere werkelijkheden naast de jouwe. Theater is wat mij betreft niet zozeer spiegel, maar een raam waar je doorheen kunt kijken om te zien wat voor werkelijkheden er nog meer zijn.”
What’s next?
“Op dit moment werk ik aan mijn eerste boek, proza. Dat is een heel ander metier dan toneelschrijven en het ontstond toen ik bezig was aan een theatertekst, maar merkte dat het als toneelstuk niet wilde. Dus heb ik een paar personages in de prullenbak gegooid en er een paar meegenomen naar het boek. Het is mijn streven het boek einde van het jaar klaar te hebben.
Verder schrijf ik aan twee theaterstukken. Een groot stuk, getiteld ‘Vals’, voor opnieuw Elsie de Brauw, Betty Schuurman en hopelijk ook Steven Van Watermeulen. Het gaat over twee vrouwen die worden opgepakt, niet weten waarom en vervolgens moeten omgaan met al die onzekerheid. En hoewel ik er eigenlijk geen tijd voor had, heb ik geen nee kunnen zeggen tegen een prachtig project van De Queeste over Moresnet, een verdwenen vrijstaatje op het kruispunt van Nederland, Duitsland en België, over de grens bij Vaals. Ik schrijf een van de teksten die in november zullen worden gespeeld.”




