Top of this document
Go directly to page content




Go to top


Zoeken in de site


Joachim Robbrecht (Rashomon-effect)

Joachim Robbrecht (Rashomon-effect)
Foto: René den Engelsman

Joachim Robbrecht (Rashomon-effect)

Joachim Robbrecht (Rashomon-effect)
Foto: René den Engelsman

Rashomon-effect - Interview met Joachim Robbrecht

Het circus rond waarheid en moraal

De voortdurende stroom aan misdaadprogramma’s op tv, al dan niet met geesten, zegt veel meer over de staat van ons land dan je op het eerste oog ziet. In zijn nieuwste voorstelling laat regisseur Joachim Robbrecht (31) daar zijn licht over schijnen. 'Rashomon-effect' is een krimi à la Robbrecht, een tragische satire zonder echte hoofdrolspelers, omdat in zijn ogen niet één iemand, maar iedereen de pineut is.

In the picture: Joachim Robbrecht



Waarover gaat Rashomon-effect volgens jou?

“Het is een krimi. Een misdaadverhaal met archetypische personages die je kent van tv en film: een knappe blondine, een onderzoeksjournalist, een zesde zintuig. Daarmee wil ik iets zeggen over onze obsessie met waarheidsvinding; het circus rond waarheid en moraal. Na vijftig jaar postmodernisme blijken we weer in een crisis van de waarheid te zitten, is er een Hegeliaanse pendelbeweging gemaakt ten opzichte van dat begrip. We hadden het goed-foutdenken volledig ondergraven, de schroeven waren losgedraaid en nu zijn we die weer aan het vastdraaien. De media spelen een belangrijke rol in het kanaliseren van de emoties. Maar dat doen ze steeds minder volgens de oorspronkelijke principes; ooit waren ze een verlichtingsorgaan, nu werken ze als een tierelier aan het versterken van wat er speelt.

In deze tijd worden we doodgeslagen met misdaadprogramma’s. Peter R. de Vries – veroorzaker van de volkse ophef rond Joran van der Sloot –, Opsporing verzocht, het Zesde Zintuig, verborgen cameraprogramma’s. Je kunt ’s avonds geen zender opzetten of er is zoiets op. En zo zien mensen het waarschijnlijk niet, men neemt het heel serieus of kijkt ernaar als vermaak, maar het is een absurde obsessie.

In de film Rashomon van Akira Kurosawa uit 1950 wordt ditzelfde onderwerp aangekaart. De waarheid is een relatief begrip, je kunt haar van verschillende kanten bekijken. En dat is wat ik tijdens de voorstelling ook laat zien. De voorstelling is net als een middeleeuws schilderij een antropologische schets waarin de zeden en gewoontes van de tijd zich aftekenen. Hoewel ik geen moralistische uitspraken wil doen, kies ik wel voor dit tafereel en daar zit vanzelf een waardeoordeel in.”

Stel: ik heb nog nooit een voorstelling van jouw hand gezien. Waaraan herken ik die?

“Aan de tekststijl, bol van wollig taalgebruik. Aan een tekst die satirisch is en retorisch en waarin ik citeer uit verschillende discours; maatschappijkritisch tot in het hilarische, met een scherpe pen, flink in de overdrijving. De satire gaat verder dan de tekst. Die zit ook in de gestes, in de beweging. Extravert, flamboyant, barok. Ook het citeren gaat verder dan het tekstuele, zit net zo goed in het visuele. Er worden nauwelijks satires gemaakt, maar die zijn wel hard nodig. Ik sta een strenge aanpak van alle mensen voor, want iedereen is fout bezig, inclusief ikzelf. Ja, ik kijk zwart naar de wereld. Maar dan nog valt er veel te lachten, al is het meestal om jezelf. Ik ben een cynicus, maar wel een geëngageerde, zoals de Grieken het ‘bedoeld’ hebben.”

Van waaruit komt jouw noodzaak om theater te maken?

“Mijn werk komt voort uit een houding die ik buiten het theater ook heb. Ik kan echt boos zijn over dingen, verontwaardigd. Ik ben geëngageerd en betrokken bij de wereld om me heen. Wat er allemaal gebeurt, vind ik zo grotesk en dat ik die zienswijze wil delen.”

Wat wil je met je publiek doen?

“Het publiek zit er eigenlijk niet, bij mijn voorstellingen. Ik maak voor politici. Heel stiekem maak ik eigenlijk voor de minister-president. Dat neemt niet weg dat ik ook wat met de mensen in de zaal voorheb. Ik richt mij tot de politieke kant van alle mensen, in de hoop dat die in conflict komt met de menselijke kant. Ik ben geen trooster. Wat ik vooral wil, is de vuile was buitenhangen. Ieders vuile was. Stel je voor dat het een scène is. Iemand hangt de vuile was buiten. Het is die van de buurvrouw. Maar hey, wacht even, ineens zie je: die van mij hangt er ook bij. En daar dan toch om kunnen lachen.”

Kort door de bocht

  • Wie/wat is je inspiratie? "Mensen als René Pollesch en Elfriede Jelinek. Pollesch is een regisseur/schrijver uit Berlijn die de draak steekt met mentaliteit, ‘levensstijl (wan)toestanden in zijn land. En Elfriede Jelinek een Oostenrijkse (toneel)schrijfster die ook de actualiteit ontrafelt en de herkomst van de dingen laat zien, van gedrag, van mentaliteit."
  • Favoriete kunstenaar? "Rainer Werner Fassbinder, die in zijn films (en toneelstukken) een kritisch beeld schetste van Duitsland."
  • Meest bejubelde voorstelling van jezelf? "IJs, over hoe de seizoenen onze dagelijkse beleving beïnvloeden, omdat die een Nederlands levensgevoel aansprak."
  • Wie volg je zelf met argusogen? "Sarah Moeremans, collega-schrijfster en -regisseuse."

Auteur: Moon Saris

‹ terug